

Ontwikkelen
kennisclips SPELVERDEleRs
Introductie
Ik ben Yannick van Harskamp en heb 10 jaar in het Nederlands volleybalteam mogen volleyballen. Ik heb van trainers zoals Gido Vermeulen, Ron Zwerver, Peter Blangé en Vital Heijnen mijzelf kunnen ontwikkelen als volleyballer, mens en specifiek als spelverdeler.
Nadat ik stopte met volleybal en mijn kennis wilde overdragen ben ik gaan nadenken wat ik allemaal heb geleerd. In dit document deel ik tips die de basis vormen voor het spelverdelen. Ook Liam McCluskey, spelverdeler in het huidige topvolleybal deelt een aantal tips vanuit zijn ervaring. Veel kijk en leesplezier!
Tip 1: Zo snel mogelijk onder de bal
​
Dit is de basis waar alles mee begint! Altijd zo snel mogelijk onder de bal. Als je een inschatting hebt gemaakt waar de bal globaal gaat landen sprint je zo snel mogelijk die richting op. Op het moment dat je aan het sprinten bent zie je steeds specifieker waar de bal landt en je past hier de richting bij als dat nodig is met kleinere pasjes op het einde.
Wacht liever 2 seconde op je plek van aankomst dan precies op tijd onder de bal komen. Dan heb je ook nog tijd om met kleine stapjes te corrigeren.
​
Als de bal ver uit het net is en je weinig tijd hebt, sprint dan zo snel mogelijk naar de bal.Als je nog bovenhands kan spelen zet je je rechtervoet op de plek waar de bal gaat landen en zwaai je linkervoet om je rechtervoet heen. Zet je voet in één keer zo neer dat de punten van je schoenen naar positie 4 wijzen.
Moet je toch onderhands spelen lift dan je armen gestrekt rustig omhoog vlak voor de aanraking van de bal. Een snelle onrustige beweging zorgt voor onzuiverheid. Door je linkerschouder op te tillen zorg je voor de juiste hoek naar positie 4. Als je dat met je armen wilt doen krijg je ook weer onzuiverheid.
Tip 2: neus in de juiste richting
​
Zorg ervoor dat je altijd met je neus en voeten wijzen naar de paal als de bal uit het net is. Dan blijft de bal een beetje uit het net. Dit doe je door goed voetenwerk.
Als de bal ongeveer een meter uit het net is zet je een zijwaartse stap naar links met je linkervoet en sluit je met rechts aan. Je lichaam blijft de hele tijd in de juiste positie.
​
Als de bal ongeveer 2-3 meter uit het net is kan je het snelste onder de bal komen met een soort kruispas (zie filmpje). Op deze manier zwaai je je linkervoet om je rechtervoet heen om met je neus en voeten de juiste richting uit te staan.
​
Uitzondering: Wanneer de bal op de linkerkant van het veld is staan je hakken gericht op de paal op positie 2.
Tip 3: neutrale houding
​
Bovenhandse technieken verschillen enorm op topniveau. Wat alle top spelverdeler wél gemeen hebben met elkaar is dat hun lichaam nagenoeg hetzelfde is op het moment dat ze voorover of achterover gaan spelen. Als je achterover speelt en je gaat al iets teveel achterover hangen is dat zichtbaar voor de midden aan de overkant.
Zorg voor een neutrale houding waaruit je voorover én achterover kunt spelen. Voordat je handen de bal raken moet je lichaam dezelfde houding hebben als je voor- of achterover speelt. Speel vervolgens met je polsen de bal weg.
Tip 4: rechtervoet voor
​
Je start met je rechtervoet voor met spanning op je benen. Op deze manier kan je met je linkerbeen direct de kant op bewegen waar de bal naar beneden valt.
​
Bij een perfecte pass zet je de stap links en sluit aan met rechts waarbij de rechtervoet iets verder staat dan de linker. Op deze manier gaat de bal net iets uit het net waardoor de aanvaller de bal beter kan aanvallen. We hebben het hier over een aantal centimeters. Het belangrijkste is de starthouding met rechtsvoor!
Tip 5: midden aanspelen
​
Voor we naar tactiek gaan bespreken we hoe je het midden aan moet spelen. Dit is belangrijk als je de volgende stap naar tactiek wilt maken.
 
Je startpositie is weer hetzelfde. Om midden aan te spelen zal de bal in de buurt van het net moeten komen. Als de pass perfect is zet je een linkerpas en vervolgens met rechts bijzetten. Zorg ervoor dat je precies recht omhoog springt, want anders springt de midden bovenop je. Spring op en vlak voor je naar beneden zakt, dit noem je het dode punt, speel je de bal alleen met je polsen, afhankelijk van de sprongkracht van je midden, ongeveer een half meter omhoog. De midden moet de bal kunnen slaan vlak voor de bal weer naar beneden zakt. Als dat het geval is moet de middel sneller komen de volgende keer.
​
Als je dit onder de knie hebt probeer dan scherpe ballen naar de buitenkanten te spelen en een pass 1 meter uit het net op midden te spelen. Je zal merken dat de meeste middenspelers de neiging hebben mee te springen (commit) met de midden als de bal scherp is en te blijven staan (read) als de bal een meter uit het net is. Check maar eens of dit klopt!
Tip 6: maak gebruik van je ademhaling
​
Om lange afstanden te kunnen setten heb je een combinatie nodig van spanning in je handen en ontspanning in de rest van je lichaam. De ontspanning in je lichaam krijg je door uit te ademen voordat je de bal speelt. Door deze ontspanning in je lichaam krijg je meer snelheid in de bal dan wanneer je lichaam vol met spanning zit. Wel belangrijk dat je de spanning goed houdt in je handen.
​
Dit is niet alleen een tip voor hoge ballen, maar geldt ook voor ballen op kortere afstanden. Bij hoge ballen is dit alleen noodzakelijk om die lange afstand goed af te kunnen leggen.
